Wilbert Friederichs Tekst & Muziek

Liedteksten 

De volle gaven van het uur Mijn naam is Spook Als ik heenga Zou ze soms?
Want het is koud Niet meer zo jong In drieëndertig na mij Waarom trilt mijn hand?
Au, au, ouder Mannen, mannen Wie doet er tegenwoordig nog aan seks? Hanne
Voor je het weet Vissen worden Ik wil voor je zingen Wat is waar?
Ik weet het Gewoon De glimlach van zo'n kind Paris, London, Berlin
       

De volle gaven van het uur
uit: vier liederen voor Surplus
 
Er was van alles, er was veel te doen.
Ik heb ook veel gedaan en veel gelaten
en sjokte verder in het legioen
met elke rimpeling van elk seizoen.
Ik ken de lasten en ik ken de baten.
 
Nu kan ik mij aan heel het heden laven.
Ik weet mij onderdeel van de natuur
en proef alleen nog maar de volle gaven
de volle gaven van het uur.
 
Er zal iets komen maar ik weet niet wat;
er komt van alles waar ik niet op reken.
Maar al ren ik harder op mijn pad
de weg naar morgen wordt nooit juist geschat;
wat morgen komt is nu nog niet gebleken.
 
Dus wandel ik waar anderen nog draven
en kom toch verder op de lange duur.
Ik proef alleen nog maar de volle gaven
de volle gaven van het uur.


Want het is koud
uit: De tovernacht

Wij zitten lekker binnen
met vriendjes en vriendinnen
met vader en met moeder, met mijn opa en de kat.
De kat zit wat te spinnen
en dadelijk beginnen
we lekker aan de erwtensoep en dan gaan we in bad.

Want het is koud, koud, koud,
het is zo koud daarbuiten.
Niemand houdt, houdt, houdt
het nou nog uit daarbuiten.
Het ijs staat op de ruiten,
de sneeuwpop is gebouwd.
Ga jij met je kornuiten
nog naar buiten? Voor geen goud!
Want het is vriezemiezemiezig,
het is koud!

De kou kan ons niet deren.
Toch even controleren
of ieder raam goed dichtzit, zijn de deuren wel op slot?
We kleden ons als beren
in dikke, warme kleren
en eten hete soep met warme worstjes uit een pot!

Want het is koud, koud, koud,
het is zo koud daarbuiten.
Niemand houdt, houdt, houdt
het nou nog uit daarbuiten.
Het ijs staat op de ruiten,
de sneeuwpop is gebouwd.
Ga jij met je kornuiten
nog naar buiten? Voor geen goud!
Want het is vriezemiezemiezig,
het is koud!

We breien wintertruien
tegen alle winterbuien
en hele kleine sokken
voor de kippen in hun hokken.
En ook een nieuwe theemuts want de oude is te oud,
wat is het koud,
brrr, brrr,
het is zo koud!


Au, au, au, ouder
uit: Lubber in je vel

Au au au ouder!
De lubber in je vel,
de blubber in je billen
en pijntjes in je rug en in je schouder –
au au au ouder!

De klad in je gestel,
de lebber in je lurven,
je buste zakt tot onderin zijn houder –
au au au ouder!

Dikke dijen dijen uit
en geen vent die naar je fluit,
je staat ineens te janken bij de aanblik van een bruid
want je wordt ouder.

Au au au ouder!
Ja, ze noemen je wel wijs
maar je haren worden grijs,
je aderen gaan spatten en je hart betaalt de prijs,
ook dat wordt ouder.

Au au au ouder!
Niet meer lezen zonder bril
niks meer wezen zonder bril,
ik zou niet eens lekker kunnen kezen zonder bril;
ja, je wordt ouder.

Au au au ouder!
In de overgang, je weet
dat je hele dagen zweet
van je liezen tot je oksels, van je oksels tot je reet,
al weer wat ouder.

Au au au ouder!


Voor je het weet
Uit: Zand erover

Voordat je bent waar je al vroeg had willen wezen
voor je gelezen hebt wat je had willen lezen
voordat je eindelijk in staat bent in te zien waarom dat jij
zo dikwijls bang was, ook al was er niets te vrezen
is het voorbij.

Voor je het weet is het voorbij.
Voor je het weet is het voorbij.

Voordat je weet hebt van de allerdiepste lagen
voordat je ziet wat ook de anderen niet zagen
voordat je weet of jou de hel wacht of een eeuwig groene wei
voordat je antwoord krijgt op alle grote vragen
is het voorbij.

Voor je het weet is het voorbij.
Voor je het weet is het voorbij.

Voordat je ophoudt met begeren en verlangen
voordat je streven door aanvaarden is vervangen
Voordat je weer opnieuw een kind zult zijn dat ongerept en blij
een open oor houdt voor de engelengezangen
is het voorbij.

Voor je het weet is het voorbij.
Voor je het weet is het voorbij.

naar boven

Ik weet het
uit: Goede buren - klik hier voor een opname

Ze kijken, ze vragen,
alleen niet hardop:
hoe vul jij je dagen,
hoe kun je verdragen
dat je altijd wordt overgeslagen?

Ik weet het, ik voel het, ik laat het,
ik ben anders dan zij,
ik hoor er niet bij,
maar als men me alleen laat dan gaat het.

Ik leef om te leven
zoals ik dat moet.
Niet bijster bedreven
in nemen en geven,
ik weet niet hoe men zoiets doet.

Ik droom van planeten
waar niemand me kent,
verlost van de keten
van isolement.
Daar hoef je je plaats niet te weten
daar ben je gewoon wie je bent
of word je vergeten,
werd ik maar vergeten.

Ik weet het, ik voel het, ik laat het,
ik ben anders dan zij,
ik hoor er niet bij,
maar als men me alleen laat dan gaat het.


Mijn naam is Spook
uit: Mijn naam is Spook

Mijn naam is Spook.
Zo heet ik ook.
Ik ook, ik ook, ik ook, ik ook.
Soms zijn we drie en dan weer vijf
want spook zijn doe je zonder lijf.
Soms zijn we één geheel, dan wordt dat weer verbroken.
Want wij zijn Spook,
want wij zijn Spoken.

We zijn gerucht,
we zijn van lucht.
we zijn een vloek, we zijn een zucht.
we gieren rond op het balkon
dwars door de muur en het plafond;
we zijn het onraad dat al eeuwen wordt geroken.
Want wij zijn Spook,
want wij zijn Spoken.

We zwaaien en zwieren
gillen en gieren.
Muizen en mieren
verstijven van schrik

We zwieren en zwaaien
dollen en draaien
Goeien en kwaaien
die krijgen de hik.

Mijn naam is Spook.
Zo heet ik ook.
Ik ook, ik ook, ik ook, ik ook.
We spelen graag in een gewelf
met allemaal, dus met onszelf
In fraai doorzichtig schimgewaad gestoken.
Want wij zijn Spook,
want wij zijn Spoken.


Niet meer zo jong
uit: De reünie

Gelukkig ben ik niet meer zo jong.
Wanneer er iets gebeurt
kan ik medeleven tonen.
Ik word niet meer verscheurd
door emoties en hormonen.
Hoe vaak ik ook het droeve lot van ouder zijn bezong,
gelukkig ben ik niet meer zo jong.

Gelukkig ben ik niet meer zo jong.
Niet elke mooi vent
is meteen een hartenbreker.
Je weet nu wie je bent:
niet meer altijd zo onzeker.
Al weet ik dat de tijd ook al mijn harstochten bedwong,
gelukkig ben ik niet meer zo jong.

Je weet in zware tijden dat er hoop is
en dat de zon weer schijnt na elke nacht.
Je weet nu wat er overal te koop is,
al is dat minder dan je had verwacht,
heel wat minder dan je had verwacht.

Gelukkig ben ik niet meer zo jong.
Er is een evenwicht,
er zijn minnen, er zijn plussen.
Je denkt niet meer zo licht
over zomaar iemand kussen,
over alles wat je wilde maar je wijselijk verdrong,
gelukkig ben ik niet meer zo jong.

Je weet in zware tijden dat er hoop is
en dat de zon weer schijnt na elke nacht.
Je weet nu wat er overal te koop is,
al is dat minder dan je had verwacht,
heel wat minder dan je had verwacht.


Mannen, mannen
uit: Trein - klik hier voor de opname van Femail

Ze zijn helaas onmisbaar
voor een beetje nageslacht,
maar soms wens je ze uitwisbaar;
God heeft echt niet nagedacht.

Wie schept er nou een wezen
met zo'n slangetje eraan
dat de hele dag moet vrezen
niet meer recht te kunnen staan?

Want is het dan geen dwaling
van de allerhoogste geest
dat een man zonder zijn paling
noch een vrouw is, noch een beest?

Mannen, mannen –
despoten en tirannen
en gewoonlijk ook ontrouw.
Mannen, mannen –
gespierd maar nooit ontspannen
hé, wat moeten jullie nou?

Ze weten alles beter
en ze weten hoe het moet
maar ze deugen voor geen meter
als er het er een keer toe doet.

Ze tonen enthousiasme
als je klaarstaat zonder jurk
maar na anderhalf orgasme
volgen nachten van gesnurk.

Ze zouden eens een keertje
moeten baren voor de gein,
maar dat kan niet want meneertje
zijn jong heertje is te klein.

Mannen, mannen –
je zou ze graag verbannen
naar een kelder of een kooi.
Mannen, mannen –
ooal helpen ze bij panne
en zijn billen toch wel mooi!

naar boven

Vissen worden
uit: Een zee van leugens

Misschien valt het wel mee:
we zijn gewend aan water,
aan water en aan zee.
Eerst is het eng maar later
is het wel oké;
als een zakje in de thee.

Misschien valt het wel mee:
we kunnen toch niet zonder,
niet zonder onze zee?
Misschien blijven we onder
levend en tevree;
kun je leven onder zee.

Dan zal onze soort zich vernieuwen,
vanuit een heel ander begin
Dan komen er mensen met kieuwen,
een staart en een enkele vin.

We zullen niet langer aan wal zijn
maar poedelend leven we toch.
De ene zal eerder een kwal zijn
de ander een paling of rog.

We worden kalm als een zalm,
of kaal als een aal.
Je wiebelt met je schubben,
Dat kan dan allemaal.

Je wordt piranha, dat kan ja,
een orca of dolfijn;
ik wou mijn hele leven
al een stekelbaarsje zijn.

Het is een openbaring
je weet niet hoe het is:
als ongegeten haring,
als ongevangen vis.

De zee is de uiteindelijke bron;
vol magie, vol mysterie en getover.
We gaan terug naar waar de schepping ooit begon.
En doen het over.


Gewoon
Klater, cd Sinaasappelkwark - klik hier voor de opname van Klater

Ik ben niet homoseksueel
ik ben niet blind en kijk niet scheel.
Ik ben geen Marokaan of Turk
ik loop niet stiekem in een jurk
ik ben niet jong en niet bejaard,
heb geen gehandicaptenkaart:
ik val niet op of uit de toon
ik ben gewoon.

Ik drink wel graag een glas of wat
maar ben toch zelden ladderzat.
Ik ben niet dun, ik ben niet dik
ik ben gewoon een gewonerik.
Ik ben niet schrander en niet dom
dus kijkt er niemand naar me om:
ik val niet op of uit de toon
verdien mijn eigen kleine loon
ik ben gewoon.

Wel trek ik mij het vraagstuk aan
van het geheim van het bestaan,
van leven, liefde en van leed
en als ik dan geen antwoord weet
dan wordt er iets in mij geraakt.
Maar of me dat nou anders maakt?
Ik val niet op of uit de toon
verdien mijn eigen kleine loon
hoor geen applaus, maar ook geen hoon
ik ben gewoon.

Dan gaat er iets in mij kapot
en wil ik spelen met mijn lot.
Dan droom ik dat ik mij niet ken
dat ik een keertje iemand ben
die als een ander is ontwaakt.
Maar of me dat nou anders maakt?
Ik val niet op of uit de toon
verdien mijn eigen kleine loon
hoor geen applaus, maar ook geen hoon
ik eet geen passievrucht of poon
ik ben gewoon.

En gistermiddag op kantoor
toen sloegen alle stoppen door.
Ik kocht een slagroomtaart voor mij alleen
en goot er whisky overheen
waardoor een lunch heel anders smaakt.
Maar of me dat nou anders maakt?
Ik val niet op of uit de toon
verdien mijn eigen kleine loon
hoor geen applaus, maar ook geen hoon
ik eet geen passievrucht of poon
en maak de taartschep weer schoon;
ik ben gewoon, doodgewoon
ik ben gewoon.


Als ik heenga
Klater, cd Sinaasappelkwark

Een oude vriend is overleden,
hij ging er onverwacht vandoor.
We hebben stilletjes gebeden
met een droevige pastoor.
En toen hij in de oven werd gereden
toen zongen we nog zacht 'Waarheen, waarvoor?'
Zijn laatste loodjes
wogen zwaar.
We aten broodjes
met tartaar
met ham en kaas - ach jee, wat is het leven nietig
en ieder die hem kende was verdrietig.

De dood is zelden echt rooskleurig
maar zoals deze is gegaan
dat maakt me nou met recht humeurig
zó vind ik er niks aan.
En mijn gedachten gaan onwillekeurig
naar straks als zij rond míjn kist zullen staan.
Wordt het bij mij
ook zo'n gedoe
met dat gevlij
en broodjes toe?
En lang voordat de dood hier binnen weet te sluipen
begint een doffe angst me te bekruipen:

Als mijn begrafenis
maar niet zo'n brave is!
Met van die goedbedoelde, zwartgelakte kraaien.
En als ze Mieke Telkamp maar niet draaien.
Nee als ik er ben geweest
vier dan een lekker feest
waarop gelachen wordt, gezopen en gekeesd.

Maak mijn crematie maar
tot een sensatie waar
de hele goegemeente jaren op kan teren.
Met zang en dans, met vuurwerk en jongleren;
dat ze zeggen: deze meid
die zijn we nou wel kwijt
maar zij bezorgde ons een grandioze tijd!

naar boven

In drieëndertig na mij
Klater, cd Niet meer naar beneden

Ik heb het zo niet bedoeld
en dacht: het gaat wel voorbij.
Ik heb het zo niet bedoeld
in drieëndertig na mij.
Ik kon er heus niets aan doen – toen
in drieëndertig na mij.

Ik wandel over straat en raak
per ongeluk een lamme aan
en net als ik excuses maak
dan gaat die stakker zomaar staan!
Ik werd veroordeeld tot de dood
en van magie beschuldigd,
kan ik het helpen dat mijn brood
zich steeds vermenigvuldigt?

Dat heb ik zo niet bedoeld
ik hoef geen speer in mijn zij.
Ik heb het zo niet bedoeld
in drieëndertig na mij.
Ik kon er heus niets aan doen - toen
in drieëndertig na mij.

En vraag ik op een bruiloftsfuif
of het een watertje mag zijn
dan smaakt het al verdacht naar druif
en wordt het zomaar rode wijn.
Ik deed als timmerman mijn werk,
bad netjes voor het eten
en plotseling heb ik een kerk,
een kerk op mijn geweten!

Dat heb ik zo niet bedoeld
al die afgoderij.
Ik heb het zo niet bedoeld
in drieëndertig na mij.
Ik kon er heus niets aan doen - toen
in drieëndertig na mij.

Wie noemt zijn kind potdomme nou toch Jezus?
Kan ik het helpen dat mijn naam geen Kees is?
Ik weet wel wie ik liever was:
Barabas!
Ik voel me zo alleen en zo afgeleefd en moe
toch wens ik iedereen
toch wens ik iedereen
een hele Goede Vrijdag toe.


Wie doet er tegenwoordig nog aan seks?
Klater, cd Sinaasappelkwark

Wie doet er tegenwoordig nog aan seks?
Probeer me niet te overtuigen
dat u altijd staat te juichen
als u likken moet of zuigen
of uw partner u laat buigen voor iets geks, nee;
wie doet er tegenwoordig nog aan seks?

Het oude speeltje raakt een beetje sleets.
Ik zou niet weten wat moraal is
wie ter wereld zonder kwaal is
zonder herpes genitalis
of een man nog wel normaal is zonder aids, nee;
het oude speeltje raakt een beetje sleets.

Ik hoef niet meer, ik stop met het verlangen.
Ik zoek geen lichaam meer, ik zoek geen hulp.
Ik laat die ouwe jongeheer eens lekker hangen.
Het wordt weer rustig in de gulp.

Wie doet er tegenwoordig nog aan seks?
Al dat gelebber en gelubber
je sopt je toch de blubber
in een velletje van rubber –
voor een dubber zoals ik veel te complex, nee;
wie doet er tegenwoordig nog aan seks?

Aan mij raak je die praatjes niet meer kwijt.
Ik laat me niet meer overbluffen
door die mennekes en juffen
dat je echt wel zit te suffen
als je niet kan soixanteneuffen op zijn tijd, nee;
aan mij raak je die praatjes niet meer kwijt.

Ik hoef niet meer, ik stop met het verlangen.
Ik zoek geen lichaam meer, ik zoek geen hulp.
Ik laat die ouwe jongeheer eens lekker hangen.
Het wordt weer rustig in de gulp.

Nee, hou het maar, het snuiven, het gezwoeg en het geheks
in de muffe slaapvertrekken met gesloten luxaflex
in een duinpan, in een boshut, of zelfs benedendeks.
Ach, hou nou toch eens op mevrouw, relax!
Wie doet er tegenwoordig nog aan seks?


Ik wil voor je zingen
Klater, cd Niet meer naar beneden

Ik wil voor je zingen
vooral ook als jij er niet bent
over duizend ongrijpbare dingen
en mijn wereld die jij niet kent -
ik wil voor je zingen, ik wil voor je zingen.

Ik wil van je zingen
van de hartstocht onder je huid
van de zuchten die je wilt bedwingen
van de zachtheid die jij niet uit -
ik wil van je zingen.

Ik wil van je weten
wat er diep in je gedachten leeft
hoe of we in je dromen heten
hoeveel je stiekem om me geeft -
dat wil ik graag weten, dat wil ik graag weten.

Ik wil van je houden
maar ik weet niet of ik dat kan,
daar ik nooit op mezelf vertrouwde
en al helemaal niet op een man -
ik wil van je houden.

Ik wil je bevatten,
je begrijpen al lukt me dat niet.
Dan ga ik eerder klagen of katten
dan dat ik het uitzing in een lied.
Ik wil je begrijpen, ik wil je bevatten.

Dus zal ik maar zingen,
daar je altijd wel ergens bent,
over die verdwaasde dingen
en de wereld die haast niemand kent.
Ik wil voor je zingen -

misschien kan ik dan binnendringen.
Ik wil voor je zingen, hoor mijn stem
waarmee ik je vang, bewerk en beklem
want ik zal zingen.
Ik wil zingen.


De glimlach van zo'n kind
Klater, cd Niet meer naar beneden

Dikwijls dacht ik: moederschap, dat is toch niks voor jou?
Maar laatst zag ik een kindje op een arm.
Toen ging ik toch weer twijfelen, toen kreeg ik het zo warm:
is dat niet wat ik stiekem altijd wou,
is dat niet de bestemming van de vrouw?

Ik zie zo'n moeder met haar kleine kroelen
hij schenkt haar weer een zorgeloze dag.
Wat zij dan voelt dat zou ik willen voelen,
de kleuter lacht zijn allerliefste lach
en dat is wat ik zelf het mooiste vind:
de glimlach van zo'n kind -

- dat net zijn broek heeft volgescheten,
in de serre heeft geplast
dat van de potgrond zit te eten
en de babysit betast.
Dat de computer vult met water,
in mijn onderarm beet,
en toen de half-blinde kater
in de wasmachine deed.

Zo'n schepseltje is zo afhankelijk
van goede zorgen, iemand die hem ziet
De jeugd en onschuld zijn vergankelijk
't is zaak dat ik er nu nog van geniet.
En waar het allemaal weer mee begint:
de glimlach van een kind -

- dat in het sjieke restaurant
tegen de tafelpoten trapt
zich aan de hete schalen brandt
en dan de ober pootje lapt.
Dat dan gooit met de radijsjes
daar hij frietjes had gewild
terwijl hij ook nog eens om ijsjes
met een parapluutje gilt.

Het kind heeft nog oorspronkelijke gaven
Wat het in zijn dromen niet verzint.
Dus blijf ik mij toch alle keren laven
aan de glimlach van een kind -

- dat steeds je stemming komt verstoren
want je mag het nooit eens slaan.
Dat de treinen laat ontsporen,
enge ziektes doet ontstaan.
Dat je aankijkt met zo'n snuit
zo onschuldig als een kind
waardoor je martelt, moordt en muit
waardoor je oorlogen begint.

zo'n kind dat in het klein al al het menselijke heeft -
zo'n kind doet je beseffen dat je leeft.

naar boven

Zou ze soms?
Klater, cd Niet meer naar beneden

Eerst loop ik er op af,
dan aarzel ik - misschien
kan zij me nog wel zien
door het deksel van haar graf.

En zegt ze:
jongen, kam een keer je haren
koop toch eens een nieuwe jas.
Rook je nog van die sigaren?
Doe die trui eens in de was.
Jongen, heb jij wel gegeten?
Neem je steeds je pillen in?
Oh, en wat ik ook wou weten:
heb je nou al een vriendin?

Of zegt ze:
niks want zij is lucht en water,
zij is zuidwester, zij is vuur.
Voor haar geen vroeger meer of later.
Ze is van onbestemde duur.
Zij komt naar beneden met de regen
en rust op plaatsen waar ik liep.
Ik zie haar door het bos bewegen
het lijkt warempel of ze riep.

Of zegt ze:
Jesus, kam een keer je haren.
Wat heb je daar nou aan je hand?
Een wond? Je bent me toch een rare;
hebben ze hier geen verband?
Laat mama… eh, laat mij eens even kijken.
Kom maar even op mijn schoot.
Die rotzakken gaan over lijken,
maar alle boeven gaan ooit dood!

Of zou ze
terugzijn als een ander wezen?
Want moeder is ze al geweest.
Misschien als koning der Chinezen,
als vogeltje of knuffelbeest?
Nee, ze komt als pianiste,
daar had ze dolgraag voor geleerd.
Maar omdat de schepper zich vergiste
heeft hij haar als mijn moeder gecreëerd.


Toets dan een toets
Voor ‘Contact’, cabaret Maatje 44

Hebt u een vraag over hetgeen
u graag wilt weten maar alleen
weet u niet hoe je dat moet vragen –
toets dan een één.

Hebt u nog altijd geen idee,
zit u daar alle dagen mee
en gaat het niettemin niet dagen –
toets dan een twee.

U wilt iets vragen maar u weet niet goed aan wie
denk dan wat langer na of toets gelijk een drie.

Hebt u een opgezette klier,
trof u een muis aan in uw bier
welnu, u bent er één uit velen,
maar toets een vier.

Hebt u de kanker in uw lijf
of is uw been alleen wat stijf?
Het kan ons werkelijk niks schelen,
doch toets een vijf.

U zoekt naar Willem-Alexanders mailadres?
Dat zal-tie leuk vinden, maar toets gerust een zes.

Staat u al uren in de wacht?
Het is nog lang geen middernacht,
maar als het helpt, toets dan een zeven,
desnoods een acht.

Toets ook een negen – flauwekul
want niemand wacht op uw gelul
maar wie niet toetst die heeft geen leven
al is het nul.

Voor alle overige vragen toets alleen
als u het toetsen niet kunt laten nog een één.

U wordt helaas niet doorverbonden
want we zijn geen Robin Hoods
geen Jeanne d’Arcs en ookal konden
wij u helpen met iets goeds,
daar is de hulpdienst niet voor uitgevonden,
daarvoor hebben we de toets!


Waarom trilt mijn hand?
voorstelling theaterbureau Klinker

Wie weet er iets beters
voor mij om te doen?
Ik zit me gewoon te vervelen.
En wie strikt mijn veters,
wie kan bij mijn schoen?
O nee, dat kan niemand wat schelen!
Je voedt ze, je kleedt ze, dan worden ze groot
en moeder kan barsten, ja, moeder mag dood.

Waar ben ik nou? Kristeneziele!
Ik kan niet meer bij mijn verstand.
Waarom heeft mijn stoel van die wielen,
waarom trilt mijn hand?

En straks zegt mijn dochter
dat ik overdrijf,
dat iedereen op me wil passen.
Voorheen, ach, toen mocht er
geen hand aan mijn lijf,
maar nou kan ’k alleen niet meer plassen!
Maar als zij moet helpen, is’t einde al zoek
Nee laat maar, ik pis wel gewoon in mijn broek.

Waar ben ik nou? Kristeneziele!
Ik kan niet meer bij mijn verstand.
Waarom heeft mijn stoel van die wielen,
waarom trilt mijn hand?


Hanne
bij de geboorte van Hanne Scholing

Hanne, Hanne,
slapeling, slapeding.
Hanne, Hanne,
doezelen doe.

Papa en mama tellen de schapen
Hanne moet gapen, meisje zo moe.
Dommelen, dromen, Hanne gaat slapen
papa en mama stoppen je toe.

Hanne, Hanne
sluimeling, duimeling.
Hanne, Hanne,
doezelen doe.


naar boven


Wat is waar?
Wat is waar,
en wat gelogen?
Heb ik soms ongelijk
omdat ik jou maar niet bereik?
Maar zie je dan geen waarheid in mijn ogen?
Wat is waar en wat gelogen?
Wat is waar,
wat is waar?

Dat is waar
ik moet vertrouwen
dat jij me toch oprecht
niets dan de hele waarheid zegt.
Maar is dat dan mijn waarheid of de jouwe?
Dat is waar: ik moet vertrouwen
Dat is waar,
dat is waar.

Al ben je zo welwillend
en zeker van je zaak
de mensen zijn verschillend
en verschillend is hun smaak.
Soms voel je je de enige op aarde:
laat je mij, laat ik jou in je waarde?

Wat is waar
en wat een leugen?
Wie soms een beetje draait
wanneer de wind hem tegen waait
wil die dan tot het einde niet meer deugen?
Wat is waar en wat een leugen?
Wat is waar,
wat is waar?


Paris, London, Berlin, Madrid
Voor Mezzo Macho

1.
Je suis assis sûr une terrasse
avec papier, avec stylo.
J’ai vu Montmartre, Montparnasse,
les clochards dans le métro.

J’ai vu des gens très excentriques,
j’ai entendu la belle musique;
maintenent je sais que a Paris
on doit écrire de la poésie!

2.
I’m sitting in a little pub
with my paper and my pen.
I've seen London getting up,
I heard the sound of the Big Ben.

Funny people I have seen,
heard bagpipes down in Aberdeen.
Now I’m certain: down in Brittain
lovely poems must be written!

3.
Es war auf dem Kurfürstendam
in einer Schönen Kneipe
wo ich Papier und Bleistift nahm
und mir ein Lied ins Herzen kam.

Da hörte ich den Weisswein knallen
und sogar die Mauer fallen.
Nun bin ich sicher: in Berlin
schreibt man Gedichte ohnehin!

4.
Aqui estoy en la playa,
con mi pluma y papel.
He comido pulpa y papaya
He visto filmes de Bunuel.

Estaba en Madrid con un torero,
Bailaba tango y bolero.
¡Ahora, en España mia
se tiene que escribir la poesía!

naar boven

copyright Perpetual Creativity © 2011/2014