Met de eeuwigheid verweven - Een eigentijds requiem
Op 2 november 2011, Allerzielen, is het eerste grote koorwerk van Wilbert Friederichs in première gegaan: Met de eeuwigheid verweven, een eigentijds requiem. Het werd uitgevoerd door het Nijmeegse projectkoor Alla Breve van de gerenommeerde dirigente José Doodkorte. 
Het geheel a capella uit te voeren
Requiem is geschreven voor gemengd koor en vocaal ensemble. Het koor zingt vooral Latijnse tekstfragmenten uit de traditionele dodenmis, aangevuld met enkele citaten van Seneca, in een eigentijds klassieke toonzetting.
De Nederlandstalige liederen van het ensemble, met teksten van de componist zelf, zijn wat lichter van toon. Enkele delen van het ruim veertig minuten durende werk zijn dubbelkorig, waarin koor en ensemble ieder een eigen rol hebben.
Voor de Nederlandse teksten putte Friederichs grotendeels uit het arsenaal aan gedichten en liederen die hij in de loop der jaren over vraagstukken van leven en dood heeft geschreven, zoals
Straks en
Liever; zie daarvoor de pagina
Verzen en versjes. De slottekst
Morgen is nieuw. De titel van het stuk is ontleend aan het kwatrijn
Vorming, dat in het
Requiem in twee verschillende toonzettingen voorbijkomt:
Ik was al met de eeuwigheid verweven
en zou ook zonder vormen zijn gebleven
als ik niet onverwacht geboren was
en daarna niet getekend door het leven
Wilbert Friederichs schrijft zijn hele leven al muziek. Vooral liedjes met begeleiding van combo, a-capellastukken voor Mezzo Macho en ander vocale groepen, en werken voor koren in diverse stijlen. Het is voor het eerst dat hij zich aan zo’n grote compositie heeft gewaagd.
Ge-e-mailde reacties op de eerste uitvoeringen
"Ik was erg onder de indruk van dat Requiem gisteren. Zongen jullie vanmiddag weer zo mooi?"
*
"Ik vond het Requiem indrukwekkend: de afwisseling van Latijnse teksten met de Nederlandse, het verschil in sfeer tussen de fragmenten, waardoor het geheel boeiend bleef. En dan toch weer raakpunten ertussen, bijvoorbeeld in
Locus iste, wat ik erg mooi vond, ook van tekst. Om Seneca tussen de traditionele gezangen te plaatsen, dat was een vondst, want de oude Romein blijkt heel menselijk in zijn filosofietjes."
*
"Ha die Wilbert, wat een prachtig stuk!"
*
"Ik was helemaal ondersteboven en ontroerd ... woorden schieten dan te kort. Het meest genoot ik van
Moriar en van
Locus Iste, ook van
Wanneer zie ik je weer? Dank dus voor deze muziek! Als ik ooit de pijp uitga, dan wil ik het Requiem van Wilbert Friederichs, in elk geval
Moriar."
*
"Ik vond de teksten erg mooi en zeker het stuk
Wanneer zie ik je weer? vond ik erg treffend. Mijn moeder wil zo graag naar mijn overleden vader toe. Als je dan in dit stuk hoort: “ik wou dat ze mij kwamen halen” dan treft je dat heel erg op zo’n moment, alsof het voor jou is geschreven!"
*
"Wij waren afgelopen woensdag diep onder de indruk vóór- (de rustige één-voor-één-binnenkomst en opstelling), tijdens (wat een bijzondere klanken!) en na de viering (erg stil tegen elkaar geweest en geen radio en/of tv meer aangezet)."
*
"Ik vond het een waardige viering. Ik heb dit jaar Allerzielen/Allerheiligen helemaal beleefd en gevoeld."
*
"Ik vond het heel speciaal, de combinatie van Latijn en Nederlands, van klassiek en licht. Ik hoop nog meer toekomst voor dit stuk."
*
"Je eigen gedichten, op deze manier gezongen, waren indringend, bijvoorbeeld
Vorming, zonder pretentie, maar herkenbaar in wat je in je eigen binnenkamer bedenkt en waar je dan toch nooit uitkomt. Ook het
Dies irae was een mooie compositie, toegespitst op de tekst. Het absolute hoogtepunt, muzikaal, was
Chorus angelorum, met de hoge stemmen als engelen door elkaar heen dwarrelend."
*
"Wat een prachtig Requiem. De uitvoering was geweldig en na afloop was ik stil van bewondering maar ook van herkenbaarheid. Vooral
Wanneer zie ik je weer? heeft me erg getroffen."
*
"Ik heb vanavond genoten van en ben ontroerd door het prachtige Requiem van Wilbert Friederichs en door jullie uitvoering ervan. Dank jullie wel."
Er is een plaats Er is een plaats waar geen hiervoor bestaat
waar alles is, maar nooit iets is geweest
en iedereen het weten is ontnomen
Er is een plaats waar niet meer wordt gevreesd
omdat er heel eenvoudig niets zal komen
en wat er rondwaart niet voorbij kan gaan
De hunkeraar, de denker en de vrome
treft men op deze verre plaats niet aan
Zij zijn, als ik, gevangen in hun geest
Er is een plaats waar geen hiervoor bestaat,
een plaats die zich niet licht ontdekken laat
uit: Zing Magazine, nummer 41, 2011

naar boven