Liedteksten

   
Tot het overgaat  *  Nijmeegse pleinen  *  Als ik een huisje was

Wiegenlied voor Ingrid  *  De houthakker  *  Vrouw genoeg

Zou ze soms?  *  Zonderling  *  Die meneer

Lied van de Bisonbaai  * Wie doet er tegenwoordig nog aan seks?

Berensonate


Tot het overgaat
uit: Trein

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand
wie heeft hier het mooiste maandverband?

De slechten en de goeien,
ja iedereen moet vloeien –
tot het overgaat.

De lelijken, de mooien,
ze gaan over de rooie –
tot het overgaat.

De slimmen en de gekken
wat doen ze tegen lekken
tot het overgaat?

Wat heb je daar nou voor een ding
en past dat ook nog in een string?

Met vleugeltjes of randjes
van zijde of met kantjes –
tot het overgaat.

Kom op, niet zeuren, meidje
daar springt al weer een eitje –
tot het overgaat.

Al loop je leeg van onder
een vrouw kan toch niet zonder –
tot het overgaat.

Je kunt er niks aan doen, mevrouwtje
je leven hangt soms aan een touwtje.

Tot het overgaat,
tot het overgaat.


 
Nijmeegse pleinen
Stadsdebat, gemeente Nijmegen

Nijmeegse pleinen zijn kaal en zijn kil.
Vrolijke vogeltjes houden zich stil,
niemand betreedt ze nog uit vrije wil.
Men loopt er als een soldaat
tussen de mijnen,
op Nijmeegse pleinen,
op Nijmeegse pleinen.

Bij het museum en voor het station,
Plein 44 – alleen maar beton.
Niemand geeft toe dat hij dit ooit verzon.
Je zou er onder de tegels
willen verdwijnen,
op Nijmeegse pleinen,
op Nijmeegse pleinen.

In bouwen was Nijmegen sterk:
De Stratenmakers Toren.
De Valkhof, de Stevenskerk
en zelfs het huis van Haskoning kan mij bekoren.

Wat is er misgegaan
in de stedenbouwkundige breinen?
Wie zet hier de punten en lijnen?
Wie trekt zich er iets van aan?
Van Nijmeegse pleinen?
O, Nijmeegse pleinen

Ik denk niet dat het ooit nog eens went
ach, kwam er maar weer eens een bombardement
op Nijmeegse pleinen,
op Nijmeegse pleinen.


naar boven



Als ik een huisje was
uitvoering: Quant

Als ik een huisje was dan mocht je in me wonen.
Als ik een huisje was, was ik voorgoed van jou.
Je doet mijn deurtje open,
komt er doorheen geslopen –
ik ben de woning die jij toch altijd wou?

Als ik een huisje was dan liet ik je graag binnen
als ik het huisje was, waarover je laatst sprak
dan bleef je lekker hangen
in mijn ruimtes, in mijn gangen –
als ik je huisje was, dan ging je uit mijn dak!

Maar je kwam in mij, oh luistervink en gluurder,
en hebt me voor mijn diensten nooit beloond.
Je toonde je een al te slechte huurder:
je sloopte mij, je hebt me uitgewoond!

Als ik een huisje was, en ik was je vriendin
liet ik je komen, en stortte daarna in.


naar boven



Wiegenlied voor Ingrid
bij de geboorte van Ingrid

Ingrid, Ingridje, slaap je al?
Zal ik je wiegen,
en gaan we dan vliegen
van hier door het hele heelal?
Ingrid, Ingridje, slaap je al?

Papa vliegt mee
en mama vliegt mee
dan vliegen we rond en dan zie je
de zon en de maan
en sterretjes staan
we vliegen voortaan met zijn drieën.

En onder ons tellen we schapen
totdat onze Ingrid kan slapen.
Ingrid, Ingridje, slaap je al?
Ingrid, Ingridje, slaap je al?


naar boven



De houthakker
uitvoering: Klater

Graag zou ik alles anders zien
en kreeg ik een villa cadeau.
Graag zag ik dictatortjes huppelen,
en zag ik ook zeehonden knuppelen.
Maar nee, zo gaat het niet, het gaat niet zo.

Je doet er niets aan
hoezeer je 't ook hoopt -
het loopt zoals het loopt.

Dus de houthakker hakt
en de voederbak voert.
De zakenman zakt
en de groenteboer boert.
Ja, de wegenwacht weegt
en de inwijder int,
de legerarts leegt
maar de ander begint.

Je doet er niets aan
hoezeer je 't ook hoopt -
het loopt zoals het loopt.

Dus de aartsbisschop aardt
en de droogtrommel tromt
de paardenstal paart
en de intercom komt.
Ja, de belhamel belt
en de voddenbaal baalt.
De weldoener welt
maar de ander betaalt.

Je doet er niets aan
hoezeer je 't ook hoopt -
het loopt zoals het loopt.

Dus de tasjesdief tast
en de radio raadt.
De placenta plast
en het schaduwbeeld schaadt.
De koulijder kout,
de voederbak bakt.
En de houthakker houdt?

Nee, de houthakker hakt!


naar boven



Vrouw genoeg
uit: Lubber in je vel, Theatergroep Il Popolo

Ik stel me wel eens voor dat een man iets van me wil.
Dan moet ik toch een keertje uit de kleren.
Zou hij me dan nog altijd wel begeren,
de rimpels en de rollen, de plooien in mijn bil,
een poedelnaakte pudding met een bril?
Of hij dat wil?

Ben ik vrouw genoeg voor jou?
Nog wel vrouw genoeg voor jou?
Ben ik vrouw genoeg?

Slaat hij dan niet zijn handen voor zijn ogen en zijn mond
en moet-ie weg, 'het is al over zessen'?
En gaat-ie dan naar zijn secretaresse
met maatje zesendertig, die hem zowat verslond
en in hem eindelijk een vader vond?
Is dat gezond?

Ben ik vrouw genoeg voor jou?
Nog wel vrouw genoeg voor jou?
Ben ik vrouw genoeg?


naar boven



Zou ze soms?
uitvoering: Klater

Eerst loop ik er op af.
Dan aarzel ik - misschien
kan zij me nog wel zien
door het deksel van het graf.

En denkt ze:
jongen, kam een keer je haren
en koop toch eens een nieuwe jas.
Rook je nog van die sigaren?
Doe die trui eens in de was.
Jongen, heb jij wel gegeten?
Neem je steeds je pillen in?
Oh, en wat ik ook wou weten:
heb je nou al een vriendin?

Of denkt ze:
niks want zij is lucht en water.
Zij is zuidwester, zij is vuur.
Voor haar geen vroeger meer of later.
Ze is van onbestemde duur.
Zij komt naar beneden met de regen
en rust op plaatsen waar ik liep.
Ik zie haar door het bos bewegen
het lijkt warempel of ze riep.

Of zegt ze:
Jesus, kam een keer je haren.
Wat heb je daar nou aan je hand?
Een wond? Je bent me toch een rare;
hebben ze hier geen verband?
Laat mama maar eens even kijken.
Kom dan ook maar op mijn schoot.
Die rotzakken gaan over lijken.
Maar alle boeven gaan ooit dood!

Of zou ze
terugzijn als een ander wezen?
Nee, moeder is ze al geweest.
Misschien als koning der Chinezen,
als vogeltje of knuffelbeest.
Nee, nee, ze komt als pianiste,
daar had ze dolgraag voor geleerd.
Maar omdat de schepper zich vergiste
heeft hij haar als mijn moeder gecreëerd.


naar boven



Zonderling
uit: Goede Buren, STC Tilburg

Hij doet nooit mee als er gekaart wordt of gedart,
hij is een zonderling,
een echte zonderling;
komt nooit eens in de kroeg of supermart
hij is een zonderling,
hij is apart.

Hij is 's morgens snel verdwenen
of slaapt uit tot ver na enen;
wat toch op een schizofrene
attitude duidt?

O, hij zal het wel goed menen –
je kunt alles van hem lenen –
maar er zit iets in zijn genen
dat hem buitensluit.

Als je hem ziet dan slaat de kilte om je hart.
Hij is een zonderling
een echte zonderling,
een die de ware buurtgevoelens tart:
hij is een zonderling,
hij is apart.

Want hij kijkt een beetje raar
en draagt een oude hoed
en niemand weet van waar
hij komt of wat hij doet.

Hij zegt bij het vertrek
geen doei en geen houdoe;
hij is een beetje gek
en geeft dat ook nog toe.

Hij is misschien alleen een tikkeltje verward
maar hij is zonderling
een echte zonderling,
al heb je er van hem wel een miljard,
wij vinden onderling:
hij is een zonderling
een echte zonderling,
hij is apart.


naar boven



Die meneer
uitvoering: Klater

Nee, die keer met die meneer
vergeet ik nooit en nimmer meer.
Hij was een heer, een echte heer.

Ik was pas zestien en aan alle kanten tiener.
En hij was bijna veertig en een grootverdiener.
Ik kwam hem tegen in de bus
waar ik ging zitten op zijn hoed.
Toen zei-tie: 'meisje, met een kus
maak jij het allemaal weer goed'.
Waarna hij mij ineens belaagde
en zich in mijn kleren waagde
en het mij nog lang niet daagde
dat-ie mij zou gaan ontmaagden.

Nee, die keer met die meneer
vergeet ik nooit en nimmer meer.
Het was voor mij de eerste keer.

En hij ging verder en daarna een beetje verder.
Hij speelde toeverlaat en oom en goede herder.
Ik kreeg mijn eerste sigaret.
Hij heeft me naar zijn huis gebracht.
Nou ja, zijn huis, zeg maar zijn bed,
hij nam me beet en praatte zacht.
Ik was niet zomaar een uit velen.
Hij zou alles met me delen
en het kon hem ook niet schelen
als ik eerst wat wilde strelen.

Nee, die keer met die meneer
vergeet ik nooit en nimmer meer.
Hij had nog meer, een jongeheer.

Ik was al zestien, maar ik voelde mij een kleuter,
hoe hij me uren lang liet spelen met zijn leuter!
Want op het bed was het te warm
dus de kleren moesten uit.
Hij nam me plechtig bij de arm
en noemde mij zijn zomerbruid.
En hij maar naar mijn tieten graaien
en me om zijn vinger draaien.
Van alleen maar even aaien
stond-ie zo in lichterlaaie.

Nee, die keer met die meneer
vergeet ik nooit en nimmer meer.
Het was voor mij de eerste keer.
En het deed wel een beetje zeer.


naar boven



Lied van de Bisonbaai
uitvoering: Quant

Ik zag je lopen langs de Bisonbaai;
alle adem sloeg dood.
Mijn oog ging open aan de Bisonbaai;
je was helemaal bloot.
Nou nou, nou nou,
Ik riep je maar de koeien maakten zoveel lawaai
aan de Bisonbaai,
nou nou nou.

Maar het seizoen is snel voorbij,
en in de stad kan ik van jou maar niet een spoor ontdekken.
De winter staat steeds tussen ons,
zo heb ik geleerd,
dus fiets ik maar door weer en wind naar Oortjeshekken
voor een koffie verkeerd,
nou nou…

Nee, niemand ziet je nog oh, Bisonbaai,
roep ik over de Waal.
Mij rest het liedje van de Bisonbaai –
wat een droevig verhaal!
Oh oh, oh oh.
Het wemelt en het bloot maar zonder jou is het saai
aan de Bisonbaai,
zo saai,
aan de Bisonbaai
bye bye,
aan de Bisonbaai!


naar boven



Wie doet er tegenwoordig nog aan seks?
uitvoering: Klater, cd Sinaasappelkwark

Wie doet er tegenwoordig nog aan seks?
Probeer me niet te overtuigen
dat u altijd staat te juichen
als u likken moet of zuigen
of uw partner u laat buigen voor iets geks, nee;
wie doet er tegenwoordig nog aan seks?

Het oude speeltje raakt een beetje sleets.
Ik zou niet weten wat moraal is
wie ter wereld zonder kwaal is
zonder herpes genitalis
of een man nog wel normaal is zonder aids, nee;
het oude speeltje raakt een beetje sleets.

Ik hoef niet meer, ik stop met het verlangen.
Ik zoek geen lichaam meer, ik zoek geen hulp.
Ik laat die ouwe jongeheer eens lekker hangen.
Het wordt weer rustig in de gulp.

Wie doet er tegenwoordig nog aan seks?
Al dat gelebber en gelubber
je sopt je toch de blubber
in een velletje van rubber –
voor een dubber zoals ik veel te complex, nee;
wie doet er tegenwoordig nog aan seks?

Aan mij raak je die praatjes niet meer kwijt.
Ik laat me niet meer overbluffen
door die mennekes en juffen
dat je echt wel zit te suffen
als je niet kan soixanteneuffen op zijn tijd, nee;
aan mij raak je die praatjes niet meer kwijt.

Ik hoef niet meer, ik stop met het verlangen.
Ik zoek geen lichaam meer, ik zoek geen hulp.
Ik laat die ouwe jongeheer eens lekker hangen.
Het wordt weer rustig in de gulp.

Nee, hou het maar, het snuiven, het gezwoeg en het geheks
in de muffe slaapvertrekken met gesloten luxaflex
in een duinpan, in een boshut, of zelfs benedendeks.
Ach, hou nou toch eens op mevrouw, relax!
Wie doet er tegenwoordig nog aan seks?


naar boven



Berensonate
Mezzo Macho, cd ‘Au Bain, Marie’

Xa twibi
xa twibi, twibi twibi, xa twibi
xa twibi, twibi twibi twibi, xa twibi
oeh, smedi
xa twibi, twibi twibi, smedi
xa twibi, bdoo? xa twibi, smedi
xa twibidi, smedi, xa twibidi
oeh -ch, ch, ch

xa twibidi, bdoodje bdoodje bdoodje
xa twibidi bdoodje smedi, smedi
bdoodje smedi, bdoodje smedi
bdoobedo, bedddddede dadededt dt dt
smedi, bdoo bdoo?
smedi
xa twibidi, xa twibidi, xa twibidi, xa twibidi
xa twibidi bdoodje smedi

ooh -
twázewon twazéwon twázewon twázewon twaze
wondi wondi
twazi wondi wondi, bovi wondi, bovi
xa twibi, twibi twibi, xa twibi
xa twibi, twibi twibi twibi
xa twibidi bdoodje smedi, smedi
datie, datie, datie
xa twibidi bdoodje smedi
datie, datie, datie - ch, ch, ch
twazewon twazéwon twaze twaze
wondi wondi
datie, datie, datie
beedi smeedi kondi
datie
beedi smeedi kondi
hi hi hi hi hi hi hi hi ha ha ha ha ha ha
stondebeh en kikkena
stondebeh en kikkena

xa twibi
xa twibi, twibi twibi twibi
xa twibidi bdoodje smedi
ooh
twaze wondi, bovi wondi
datie beedi smeedi kondi
hi hi hi hi ha ha ha ha
stondebeh en kikkena!


naar boven
 
Gedichten   *   Verhalen   *   Versplezier