Wilbert Friederichs Tekst & Muziek

Verzen en versjes

vorming straks merels vakantie
beeldje doorzien uit de geschiedenis canon
in de kern liever ervaring ontleden
klein sonnet ijsbloem afwas moriaan
onder gaan epiloog in gendt adolphe
 
 
vorming
ik was al met de eeuwigheid verweven
en zou ook zonder vormen zijn gebleven
als ik niet onverwacht geboren was
en daarna niet getekend door het leven
 
 
beeldje
met wasbenzine poetste ik
het beeldje op totdat het glom
zodat de god zich heeft herkregen
en ik nu over hem beschik
 
mijn vissen zwijgen in de kom
wanneer hij ieder ogenblik
de ruimte opvult met zijn zegen
hij zit en ziet niet op of om
 
de stilte die hij mij bevocht
vermoedt het einde van een tocht
een wetenschap die wordt verzwegen
 
ik wou dat ik vertellen mocht
maar steeds als ik mijn lippen wil bewegen
kom ik mijn boeddha in de kamer tegen
                       
 
in de kern
het rommelt in het onderste gewelf
waar ik vergeefs miljoenen graven delf
de strijd gaat tot het eind toe over lijken
en ik lijk nog het meeste op mezelf
 
 
klein sonnet
de dag stond stil, de tijd hield aan
de zon viel samen met de maan
en ik die bij je binnen gleed
heb nooit iets anders meer gedaan
 
ik wist nog niet van mijn bestaan
tot ik bij jou naar binnen gleed
en ik het weer naar buiten gaan
voor eens en al zou overslaan
 
toen ik bij jou naar binnen gleed
bedacht ik jou en simultaan
nam jij me op en in je
 
wat was is werkelijk noch waan
sinds ik bij jou naar binnen gleed
resteert het ik bemin je
            uitvoering: Mezzo Macho

 

onder gaan
mijn oren zijn te loom, te traag
om heel je stem te ondergaan
mijn ogen luisteren te graag
naar wat je lijf me heeft gedaan

je zegt ook zonder woorden hoe
je mij en al mijn kunnen wilt
je spreekt me stil en sprekend toe
wat niet meer van elkaar verschilt

ik kan je enkel gade slaan:
je komt naar mij, en jij komt aan

 
naar boven 

straks                     - voor saskia
straks ga ik weer terug – misschien
wat eerder dan begrepen voelt
maar dan wanneer het is bedoeld
straks ga ik weer terug, misschien
ben ik straks weer terug
 
straks ga ik weer terug naar waar
de aanvang net is als het eind
waar alles in elkaar verdwijnt
waar zijn en niet zijn van elkaar
niet meer zijn los te zien
 
straks ga ik weer terug omdat
het bloed niet stroomt de dag niet blijft
omdat geen pen hier nog beschrijft
dat ik besta – maar weet je wat?
misschien blijf ik nog even
 
misschien blijf ik nog even hier
omdat de vraag tot waar je bent
aan deze kant geen antwoord kent
misschien blijf ik nog even hier
misschien kom ik terug
 
 
doorzien
kon ik me maar verliezen in de weelde
me deel te weten van het ongedeelde
dan keek ik niet meer schichtig naar je om
en wist ik ook niet langer wat me scheelde
 
 
liever
liever handelen dan alles laten gaan
liever wandelen dan almaar blijven staan
al lijk ik dan gewoonlijk wat naïever
dan zij die mij met zekerheden slaan
dat heb ik liever
 
liever doorgaan waar haast alles is volbracht
liever voorgaan waar een ander liever wacht
al is het voor de meesten attractiever
te stoppen bij het vallen van de nacht
dat heb ik liever
 
liever drinken uit een onbekende beker
dan om dorst te lijden voor de zekerheid
liever leven want het leven is onzeker
zegt de preker
 
liever verder gaan met jou en maar aanvaarden
dat geen mens ons kan vertellen voor hoe lang
voor hoe lang we mogen blijven op de aarde
liever verder gaan – al ben ik wel eens bang
al ben ik wel eens bang
            naar Prediker 11:1-6
            cd ‘In the Whyland’, Mezzo Macho
 
 
ijsbloem
ik weet het wel: de winter houdt van mij
en jij bent maar een ijsbloem op het glas
je hoofd een knop, je ranke lijf een steel
 
je schittert in volmaakt getekend gras
en wordt het mij uiteindelijk te veel
dan zul je in een warme zucht verdwijnen
 
en in de tuin waar ik maar zelden speel
vergeet de zon jouw vluchtweg te beschijnen
ik draai me om en vul de kachel bij
 
de winter houdt van mij - ik zal wel moeten
en houd tot diep in juni koude voeten
            cd’s ‘Mezzo Macho’ en ‘Sinaasappelkwark’, Klater
 
 
epiloog
ik had van alle kandidaten
aanvankelijk de meeste macht
maar toch: mijn aanpak was te zacht
en mijn getalm liep in de gaten
 
ik heb het drie jaar lang getracht
maar zelfs wie gister met me aten
bestaan het mij alleen te laten
nu ja, dat was zo uitgedacht
 
afijn, ik houd nu op met praten
ik hang hier maar op halve kracht,
terwijl ik zo naar water smacht,
met spijkers door mijn ledematen
 
en toch, hoewel het volk nu lacht
denk ik voldaan: het is volbracht
 

naar boven
 
 
merels
hier in mijn kamers hoor ik merels fluiten.
ze geven zomaar een concert daarbuiten,
een symfonie of juist een stemmig lied;
zo straalt de dag van vogelkoor en suite!
                    uit: klassieke muziek agenda 1989
 
 
uit de geschiedenis
ik denk dat ik aardig kan rekenen
maar minder in taalkwesties ben.
is het als ik moet ondertekenen
atilla de hun of de hen?
                    uit: light scheurkalender 2002
 
 
ervaring
ik zie de nimfen voor mijn oog ontluiken
ze kijken in hun prille schuld naar mij
met strakke truitjes boven blote buiken
en zien me telkens in mijn krantje duiken
 
de ene na de ander gaat voorbij
ik kijk van voor naar achter en opzij;
de lente laat me nieuwe bloemen ruiken
met flarden van een pas gemaaide wei
 
maar dan, wat mocht ik willen met zo'n kuiken
dat nauwelijks ontsnapt is uit het ei
nog in het dons, van alle butsen vrij?
 
nee, laat het schaap zich eerst maar eens misbruiken
door vader, vriend, door heel de maatschappij –
ik sluit wel aan hoor; achterin de rij
 
 
afwas
het is vaak wel een bende op mijn woonaak
omdat ik niet naar uiterlijk vertoon haak
maar als de afwas rond begint te kruipen
dan weet ik: het is tijd voor grote schoonmaak
                    uit: light scheurkalender 2002
 
 
in gendt
in gendt deed een fata morgana
haast iedere ochtend een haan na.
'men hoort geen lawaai',
zegt het ding, 'als ik kraai,
maar ik laat wel een prachtige waan na.'
 
 
vakantie
als jij niet op vakantie gaat vergrijs je
bedacht ik mij - wat smachtte ik naar rust
vandaar dat ik mijn zwembroek heb gestreken
en hier nu bruin word in dit paradijsje
't is overheerlijk aan de noordzeekust

wanneer 't in callantsoog zo warm is hijs je:
ik dronk reeds in mijn eentje driekwart fust
het is hier met terrassen, discotheken
en elke dag een hotdog of saucijsje
echt overheerlijk aan de noordzeekust

ze was wel duits, maar jong nog, haast een meisje
doch niettemin ontvankelijk voor lust
we zwommen, dansten tot we haast bezweken
wat smaakte het gezamenlijke ijsje
toch overheerlijk aan de noordzeekust

ach eenzaamheid, je zingt zo'n droevig wijsje
maar bij het afscheid heeft ze me gesust:
ik hoop dat jij me volgend jaar nog weken
zo overheerlijk aan de noordzee kust
                        uit: 'Nieuwe vergezichten'

naar boven
 
 
canon
'ik krijg die stomme beiaardier
nog wel een keer te pakken:
zo kan ik toch niet slapen hier?'
zo brieste frère jacques.
 
 
ontleden
Ik zal het uitleggen:
‘Wie het nu nog niet snapt
zal ik het uitleggen’
in deze zin
 
is regel twee dus de
meewerkendvoorwerpzin;
van de ontleedles is
dit het begin.
 
 
moriaan
hij liep bij voorkeur blootshoofds door het laantje
at dan een chocolaatje of banaantje
dat deed hem en zijn spijsvertering goed
en zo verging het hem alweer een maandje
 
maar wie wel eens verhalen leest vermoedt
dat hier nog op een wending wordt gebroed
wat was zijn naam ook weer? ja, moriaantje!
befaamd van zijn gewandel zonder hoed
 
te velen hebben dit niet lang doorstaan
want als de zon prikt op je bolletje
dan is dat toch voorwaar geen lolletje
 
maar onze held, de zwarte moriaan
die was kordaat en ging er tegenaan
hij droeg gewoon een parasolletje!
 

adolphe
"nu reageren musici nog laks
nu wordt mijn vinding nog miskend, maar straks
zal heel de wereld naar mijn pijpen dansen"
(getekend: 1840, adolphe sax)
                        uit: Jazz-agenda 1989
  
 naar boven
 
copyright Perpetual Creativity © 2011/2014